Kiloknallers: iedereen kent ze wel. Ontzettend goedkoop vlees in de supermarkt, het is heel normaal. Maar realiseert u zich wel waar dat vlees vandaan komt en waarom het zo goedkoop is?
Neem nu als voorbeeld Hennie. Hennie is een plofkip en leeft samen met 20 anderen van haar soort op een vierkante meter in een stinkende stal zonder daglicht. Ze weegt 50 gram als ze uit haar ei komt, maar binnen 6 weken is zij uitgegroeid tot een vleeshomp van ruim 2 kilo. Door deze onnatuurlijke en veel te snelle groei krijgt zij te maken met vreselijke problemen. Haar gewrichten doen zeer en ze kan bijna niet meer lopen. Daardoor moet ze leven in haar eigen poep waarvan ze pijnlijke zweren krijgt op haar pootjes en haar borst en zitten haar veren onder de uitwerpselen. Haar hart en longen kunnen de snelle groei niet bijbenen. Na nog geen 45 dagen wordt ze door middel van een afschuwelijk transport in de slachterij samen met duizenden andere plofkippen geslacht. En Hennie is maar een voorbeeld, elke dag opnieuw gebeurt hetzelfde met duizenden plofkippen.
Dit kan zo niet langer, de bio-industrie moet ophouden met bestaan.
De bio-industrie in natuurlijk ontzettend slecht voor de dieren zelf. Niet alleen kippen, maar bijvoorbeeld ook varkens en koeien zijn het slachtoffer van deze gruweldaden. De omstandigheden waaronder deze dieren leven zijn verschrikkelijk. Elke dag zitten 100 miljoen dieren in krappe schuren zonder daglicht. Ze hebben veel te weinig ruimte en kunnen vaak amper bewegen. De dieren worden ook mishandeld. Bij varkens bijvoorbeeld worden zonder verdoving de oren en staartjes van de beestjes afgehakt omdat de dieren anders uit verveling elkaars lichaamsdelen af gaan bijten. Dit is gewoonweg gruwelijk.
Aan het einde van hun korte leven gaan de dieren vaak duizenden kilometers op transport door heel Europa, zonder voedsel en water, daglicht, genoeg ruimte en genoeg frisse lucht, en vaak ook nog in de hitte óf juist in de kou. Veel dieren sterven daarom ook al tijdens het transport. Daarbij worden de dieren ook nog speciaal gefokt voor het vlees. Ze krijgen allerlei hormonen toegediend waardoor ze veel te snel groeien, net al Hennie de plofkip. Hierdoor lijden ze tijdens hun korte leven veel pijn. Ze worden totaal niet meer als levende wezens beschouwd.
De bio-industrie is niet alleen slecht voor de dieren zelf, maar ook voor het milieu en onze aarde. Jaarlijks verpest 69 miljard kilo mest de Nederlandse bodem, lucht en water. Dat is genoeg om jaarlijks anderhalf keer het Veluwemeer te vullen! Dat is ook niet zo gek met de 102 miljoen poepende dieren in Nederland. Dat is een ontzettend groot aantal voor zo'n betrekkelijk klein land. Het merendeel leeft dus voor de bio-industrie. Veel regenwoud wordt gekapt en verpest voor veevoer. We kunnen al dat voedsel veel beter inzetten. De bio-industrie is slechter voor het klimaat dan de gehele transportsector. De zeeën worden compleet leeggevist, waardoor het natuurlijke evenwicht verstoord wordt en soorten uitsterven. Hebben we dat er voor over?
Tenslotte is bio-industrie ook heel slecht voor de mens. Nu denk u misschien: mensen moet toch ook vlees eten, en de bio-industrie is wel de goedkoopste oplossing. Vlees eten is prima, maar vlees uit de bio-industrie kunt u beter eten want het is erg slecht voor u. Bio-industrie vlees is niet gezond. De dieren krijgen de meest ongezonde rotzooi als voedsel te eten om te zorgen dat ze meer vlees, eieren of melk te laten produceren. De groeihormonen die Hennie de plofkip binnenkrijgt, krijgt u ook binnen als u een stukje plofkip eet. Dit kan nare gevolgen hebben. Bovendien krijgen dieren in de bio-industrie via hun voedsel veel te veel antibiotica binnen. Hierdoor ontstaan ziektes als de varkenspest, kippengriep en BSE en zijn veel dieren ziek. Dit heeft enorme ruimingen tot gevolg, om de ziektes tegen te gaan. Al die antibiotica krijgt u wederom ook binnen als u van plofkippenvlees eet.
Al deze dieren moeten natuurlijk ook eten. En ze eten veel. Voor een kilo vlees is er vijf kilo plantaardig voedsel nodig. Het eten van dierlijke producten is daarom behoorlijk inefficiënt. Voor het verbouwen van al dat voedsel is er veel ruimte nodig en omdat wij die hier in Nederland niet hebben wordt het voedsel vaak in derde wereld landen verbouwd waar mensen zelf honger lijden. Kunnen we dat voedsel niet beter gebruiken? Doordat tegenwoordig zoveel vlees door middel van bio-industrie geproduceerd wordt, gaan veel kleine boeren failliet. Er ontstaat veel minder werkgelegenheid. Bovendien is het zo dat mensen in Nederland over het algemeen al veel te veel vlees eten, gemiddeld 45 kilo per persoon per jaar. Vlees eten is niet per definitie ongezond, maar doordat we er zoveel van eten krijgen we per jaar ruim 70% te veel dierlijk vet en 50% meer eiwitten dan dat we nodig hebben binnen. Als men in Nederland minder vlees zou eten is er ook minder kans op overlijden aan hart-en vaatziekten, kanker, overgewicht en diabetes.
Kortom: de bio-industrie is gruwelijk, brengt niks goeds voort en moet dan ook compleet verdwijnen. Omdat dit een grote stap is zal het niet gemakkelijk zijn de bio-industrie te laten ophouden met bestaan. De bio-industrie moet in ieder geval niet meer gesteund worden. Nu denkt u misschien: wat kan ik alleen nu voor verschil maken? Maar als iedereen de kiloknallers vaarwel zegt helpen alle kleine beetjes uiteindelijk tot de afschaffing van de bio-industrie. Dus koop geen goedkoop vlees en kiloknallers in de supermarkt, het is afkomstig van dieren zoals Hennie de plofkip en draagt niets goeds bij aan deze wereld.
Beste Thamar,
BeantwoordenVerwijderenWederom een leuk verhaaltje waarin je duidelijk je mening uitspreekt over de in jouw ogen onnodige bio-industrie.
Je argumenten zijn duidelijk, voorbeelden zijn goed, structuur prima en ga zo maar door.
De verwijzing naar Hennie (leuk gevonden) zorgt ervoor dat het verhaal helemaal af is.
Goed gedaan!
Gerben
Beste Thamar,
BeantwoordenVerwijderenToen ik op jouw blog eens ging kijken liet ik zowat mijn laptop uit mijn hand vallen van schrik, ik zag namelijk jouw plaatje bij je tekst. Dat trok meteen mijn aandacht en ben dus gelijk gaan lezen.
Jouw verhaal zit goed in elkaar, je begint met een individualistisch geval. Hiermee zorg je voor sympathie en meeleving van de lezers. Vervolgens vertel je dat dit elke dag bij duizenden kippen gebeurt, waardoor de schok extra groot wordt. Ik vind dit mooi gevonden.
Je mening is ook duidelijk en goed verwoord.
Verder zijn je argumenten helder, je benaderd het onderwerp van verschillende kanten. Zowel voor het dier als voor de mens. Bij de argumenten treed je vaak in detail, waardoor het net nog even extra heftig overkomt. Erg knap gedaan!
Anouk