maandag 4 november 2013

Betoog eindexameneisen

Middelbare scholieren nog niet genoeg geteisterd?
Afgelopen woensdag 11 mei keek ik zoals altijd weer eens naar het achtuurjournaal, waar minister Marja van Bijsterveldt aan het woord was over de exameneisen. Dat sprak mij als hardwerkende leerling in de vijfde klas van het gymnasium natuurlijk erg aan, en ik was verbijsterd toen ik hoorde dat ze aangescherpt werden. Ik was net van de schrik bekomen omtrent de nieuwe regeling van de studiefinanciering, de ov-chipkaart en nu dit weer. Is de hedendaagse middelbare scholier nog niet genoeg geteisterd?  De exameneisen moeten dan ook niet aangescherpt worden, dit levert alleen maar ellende op.
Ten eerste is deze regeling een slecht plan voor Nederland. Doordat er door de strengere eisen meer mensen zullen zakken omdat niet aan de eisen voldoen moeten meer mensen het jaar over doen. Dit betekent dat ze nog een jaar op de middelbare school moeten blijven, wat de overheid moet bekostigen. We kunnen in deze tijden van crisis het belastinggeld wel beter gebruiken, voor de studiefinanciering bijvoorbeeld.  Ook worden er te hoge eisen gesteld, waardoor men een negatief beeld gaat krijgen van het educatieve systeem in Nederland. Veel meer mensen zullen niet slagen en daardoor zal de motivatie voor het leren in het algemeen afnemen.
Nu zeggen de voorstanders van de aanscherping van de exameneisen dat het algemene niveau in Nederland juist omhoog zou gaan door de exameneisen aan te scherpen. Zij vergeten echter wat onderwijs precies inhoudt. Onderwijs hoort mensen voor te bereiden om zich staande te houden in deze maatschappij. Daar heb je echter naast kennis ook nog een hoop andere vaardigheden voor nodig. Door de aanscherping van de eisen kunnen alleen de echte bollebozen hun Vwo-diploma halen, terwijl andere talenten misschien over het hoofd worden gezien. Er gaat op deze manier veel talent verloren. De maatschappij vraagt niet alleen om overmatig intelligente raketgeleerden die bijna niet kunnen communiceren met andere mensen.
Niet alleen gaat er veel talent verloren, maar ook is deze maatregel slecht voor de leerlingen in Nederland. Zij moeten tegenwoordig al zo veel, maar door de aangescherpte exameneisen zullen zij alleen maar meer stress krijgen. Ze hebben minder kansen, dus moeten er harder aan trekken. Ook het centraal examen zorgt nu voor meer stress. Er hangt veel meer van het centraal examen af dan voorheen, omdat de leerlingen gemiddeld een voldoende voor moeten hebben en daarbij voor de kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde maar één vijf mogen staan.  Daarbij komt ook nog dat de stof voor het centraal examen heel veel is en dat het examen wordt afgenomen in een onnatuurlijke situatie. Stel je eens voor dat je met honderd andere leerlingen in een gymzaal zit te zweten terwijl je weet dat je niet mag falen. Veel meer kansen krijg je niet, het is nu of nooit. Dat is ontzettend stressvol, waardoor de kans op een zogenaamde black-out alleen maar groter wordt.
Nu denkt u misschien dat de kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde wel erg belangrijk zijn en dat je als Vwo-leerling daar gewoon met een voldoende voor moet kunnen slagen. Het algemene niveau van de belangrijkste vakken zou door het aanscherpen van de exameneisen  omhoog gaan.  Zo simpel is het echter niet. Zo zijn er bijvoorbeeld ontzettend intelligente bètaleerlingen met dyslexie. Zij horen ongetwijfeld thuis op de universiteit, maar de kans is groot dat zij niet kunnen slagen voor hun vwo-eindexamen  omdat ze maar één vijf mogen hebben voor Nederlands en Engels. Met deze leerlingen wordt totaal geen rekening gehouden, en daarom moet dit plan ook niet worden doorgevoerd. Ook wordt er gezegd dat de kernvakken de belangrijkste vakken zijn. Dit is echter maar de vraag. Waarom kiezen leerlingen tegenwoordig nog een profiel? Zijn de zelfgekozen profielvakken niet net zo belangrijk? Deze vakken vormen uiteindelijk toch de basis van je vervolgopleiding.

De exameneisen moeten dus niet aangescherpt worden omdat het slecht is voor de reputatie van Nederland en veel talent ten onder zal gaan. Ook speelt het centraal examen daardoor een te grote rol. De middelbare scholieren hebben de afgelopen jaren genoeg te verduren gehad en moeten niet op deze manier ook nog eens benadeeld worden.

zaterdag 21 september 2013

Motivatiebrief

Thamar de Jong
Slingelandseweg 22
3381 LA Giessenburg

Giessenburg, 21 september 2013

Rotaryclub Gorinchem
Grote Haarsekade 8
4205 VG Gorinchem

Betreft: motivatiebrief school in buitenland

Geachte heer, mevrouw,

Via meneer de Vries, die bij u een lid van de Rotaryclub is, vernam ik dat uw organisatie elk jaar een student de kans geeft een jaar naar school te gaan in het buitenland. Ik was onmiddellijk enthousiast en besloot u een brief te schrijven.

Omdat u natuurlijk wilt weten wat voor vlees u in de kuip hebt, zal ik beginnen met mezelf voor te stellen. Ik ben Thamar de Jong, zestien jaar oud en geboren in Giessenburg. Ik zit nu in klas vijf van gymnasium Camphusianum in Gorinchem. Ik volg ook de Cambridge Class, dat houdt in dat ik extra Engelse lessen volg om uiteindelijk een Cambridge certificaat te krijgen waarmee ik mijn kansen op een internationale studie vergroot. Ik speel piano en houd ook heel erg van reizen.

Ik zou heel graag een jaar naar het buitenland gaan om een aantal redenen.

Ik heb altijd al een passie gehad voor het buitenland en andere culturen. Ik zou later ook heel graag naar Amerika gaan om daar aan de universiteit te gaan studeren omdat daar simpelweg zoveel meer mogelijk is dan in Nederland, en omdat de cultuur zo toonaangevend en interessant is. Ik ben heel benieuwd hoe het zou zijn om in een andere cultuur te leven en ik weet zeker dat ik daar ontzettend veel van zou leren. Dit is mijn kans om mijn passie en droom te verwezenlijken.

Ik houd ontzettend van uitdaging en spanning in mijn leven. Ik wil graag mijn grenzen verleggen en nieuwe dingen proberen. Daarom was ik ook zo onwijs enthousiast toen ik van dit initiatief van uw organisatie hoorde. Ik zie dit echt als een geweldige kans die ik met beide handen aan moet grijpen.

Ik ben toe aan meer uitdaging wat school betreft. Ik vind het heel leuk op school, maar ik heb naast school nog zoveel tijd over waarmee ik graag iets nuttigs zou willen doen. Ik denk dat het heel goed is voor mijn Engels om een jaar in het buitenland te wonen en het zou echt een uitdaging zijn.

Ik hoop dat ik in aanmerking kom voor dit geweldige initiatief van uw organisatie en ik hoop dat ik spoedig een keer op gesprek kan komen. In de bijlage heb ik ook mijn CV meegestuurd.

Met vriendelijke groet,

(handtekening)

Thamar de Jong


Bijlage: CV

woensdag 5 juni 2013

Klachtenbrief Museum van de Twintigste Eeuw

Thamar de Jong
Slingelandseweg 22
3381 LA Giessenburg

Giessenburg, 5 juni 2013

Museum van de Twintigste Eeuw
Postbus 314
2525 BX Den Haag

Betreft: klachten rondleiding

Geachte heer/ mevrouw,

Twee weken geleden vernam ik dat er in het Museum van de Twintigste Eeuw een tentoonstelling was 50 jaar reclame. Deze tentoonstelling leek me reuze interessant en daarom sprak ik er ook over in mijn klas. Aangezien ik ontzettend veel positieve reacties te horen kreeg van klasgenoten die ook graag naar de tentoonstelling wilden, besloot ik een uitje naar het Museum van de Twintigste Eeuw te organiseren.
Nu zijn wij niet erg te spreken over de rondleiding die we daar kregen.

Wij lazen met de gehele klas allereerst de site goed door. Daarop stond vermeld dat  een inleiding op de tentoonstelling door een deskundige van het museum een onderdeel van het programma was. Ook stond er al wat informatie over de tentoonstelling op de site, die wij ook doorlazen.

Toen we ook daadwerkelijk in het museum waren en een rondleiding kregen van een inleider die zich voorstelde als Mark Honselaar, werd ons echter alleen maar informatie verteld die wij ook al van tevoren op de website hadden gelezen. Ook vonden wij dat het erg leek alsof meneer Honselaar zijn verhaal niet goed had voorbereid. Hij las de helft van de tijd letterlijk voor wat op zijn blaadje stond en kon ook onze vragen niet beantwoorden. Uiteindelijk hebben we voor deze teleurstellende inleiding €75,- moeten betalen, en dat vinden wij weggegooid geld.

Hierdoor waren wij erg teleurgesteld. Wij rekenen er hierbij op dat u ons onze €75,- terugbetaalt omdat de inleiding die we geboekt hadden niks toegevoegd heeft aan ons bezoek aan de tentoonstelling. U kunt het bedrag storten op rekeningnummer 938.828.393 ten name van Gymnasium Camphusianum te Gorinchem.

Hoogachtend,



Thamar de Jong

dinsdag 26 maart 2013

Recensie

Persoonlijke benadering
voor- en nadelen structuur



Recensie 'Kaas' van Willem Elsschot


Toen ik voor Nederlands onverwacht een boek moest lezen voor mijn literatuurlijst, koos ik voor het boek 'Kaas' van Willem Elsschot. Dit had er alles mee te maken dat een vriendin van mij het aanraadde en dat ik vernam dat dit boek een aantrekkelijk aantal pagina's telde: namelijk 129. Ook leek het boek mij wel grappig om de simpele titel en werd ik benieuwd. Dus ik begon met lezen.


Het boek gaat over Frans Laarmans, een klerk bij een scheepswerf. Hij gaat wekelijks op visite bij een groepje rijke lui die met hun geld pronken. Hij baalt er nogal van dat hij als klerk zo weinig aanzien heeft en daarom biedt de leider van het groepje rijke lui, Mijnheer van Schoonbeke, hem een baan aan als kaashandelaar. De status die het beroep handelaar met zich mee zou brengen spreekt Laarmans erg aan en daarom besluit hij om de baan te nemen. Waar hij voorheen vaak door het groepje patsers werd genegeerd, wordt hij nu liefdevol opgenomen en doet hij fijn mee met opscheppen over zijn handel. Hij blijkt echter een ontzettend slechte handelaar te zijn en alles loopt in de soep. 

Het thema van het boek zijn eigenlijk de gedachten en gevoelens van Laarmans en het zakenleven en het gezinsleven. Ikzelf mag Laarmans totaal niet als persoon. Daarom spreekt het thema me ook niet aan. Ik vind Laarmans een dom en leeg personage omdat hij alleen maar aan status denkt en niet aan wat hij leuk vindt of wat goed is voor zijn gezin.
Ook vind ik dat zijn gedachtengang nogal uit de tijd is. Zo vindt hij bijvoorbeeld dat zijn vrouw onderdanig moet zijn en zijn kinderen hem moeten helpen met kaashandelen, goede cijfers moeten halen op het gymnasium en verder vooral hun mond moeten houden. Dit blijkt bijvoorbeeld ook uit de volgende passage:

“Thuis wordt nooit meer over kaas gesproken. Zelfs Jan heeft geen woord meer gerept over de kist die hij zo schitterend verkocht had en Ida is stom als een vis. Misschien wordt de sukkel op ’t gymnasium nog steeds kaasboerin genoemd. Wat mijn vrouw betreft, die zorgt er voor, dat geen kaas meer op tafel komt. Pas maanden later heeft zij mij een Petit Suisse voorgezet, van die witte, platte kaas, die niet meer op Edammer gelijkt dan een vlinder op een slang. Brave, beste kinderen. Lieve, lieve vrouw.”

Het boek is geschreven door de Vlaamse Willem Elsschot en voor het eerst gedrukt in 1933. Elsschot werd geboren in 1882 en staat bekend om zijn nuchtere, zakelijke manier van schrijven. Dit heb ik ook erg ervaren bij het lezen van dit boek. Elsschot heeft poëzie en proza geschreven. Hij heeft tijdens zijn leven maar ook na zijn dood verschillende literatuurprijzen gewonnen. Voor 'Kaas' schreef hij ook al 'Villa des Roses' (1910), 'Een ontgoocheling' (1921) en 'Lijmen' (1924). Ook na 'Kaas' heeft hij nog vele bekende werken geschreven. De thematiek van zijn werken is vaak het zakenleven en het gezinsleven.

Ik vind dat er te weinig diepgang in het boek zit. Ik vind, zoals al eerder vermeld, de gedachten van Laarmans erg leeg een ouderwets. Tijdens het lezen van dit boek word ik door de uitzichtloze sfeer die er hangt zelfs een beetje somber. Het enige stukje in het boek dat ik wel kan waarderen, is het overlijden van de moeder van Frans Laarmans op het begin. Daar komt nog een klein beetje emotie bij kijken. Helaas komt deze gebeurtenis in het boek verder bijna niet meer terug, dat vind ik jammer. Er zullen vast ook mensen zijn die het mooi vinden om te lezen hoe het zakendoen van Laarmans misgaat. Zij vinden het interessant om te lezen hoe zijn zucht naar status in strijd is met zijn karakter. Daar kan ik me wel iets bij voorstellen, maar ik word er eigenlijk vooral somber van en daar houd ik niet zo van.

Voor mij is 'Kaas' gewoon kaas, niet meer en niet minder.



zondag 27 januari 2013

Leef snel, sterf jong.


Kiloknallers: iedereen kent ze wel. Ontzettend goedkoop vlees in de supermarkt, het is heel normaal. Maar realiseert u zich wel waar dat vlees vandaan komt en waarom het zo goedkoop is?


Plofkip | Wakker Dier

Neem nu als voorbeeld Hennie. Hennie is een plofkip en leeft samen met 20 anderen van haar soort op een vierkante meter in een stinkende stal zonder daglicht. Ze weegt 50 gram als ze uit haar ei komt, maar binnen 6 weken is zij uitgegroeid tot een vleeshomp van ruim 2 kilo. Door deze onnatuurlijke en veel te snelle groei krijgt zij te maken met vreselijke problemen. Haar gewrichten doen zeer en ze kan bijna niet meer lopen. Daardoor moet ze leven in haar eigen poep waarvan ze pijnlijke zweren krijgt op haar pootjes en haar borst en zitten haar veren onder de uitwerpselen. Haar hart en longen kunnen de snelle groei niet bijbenen. Na nog geen 45 dagen wordt ze door middel van een afschuwelijk transport in de slachterij samen met duizenden andere plofkippen geslacht. En Hennie is maar een voorbeeld, elke dag opnieuw gebeurt hetzelfde met duizenden plofkippen.

Dit kan zo niet langer, de bio-industrie moet ophouden met bestaan.

De bio-industrie in natuurlijk ontzettend slecht voor de dieren zelf. Niet alleen kippen, maar bijvoorbeeld ook varkens en koeien zijn het slachtoffer van deze gruweldaden. De omstandigheden waaronder deze dieren leven zijn verschrikkelijk. Elke dag zitten 100 miljoen dieren in krappe schuren zonder daglicht. Ze hebben veel te weinig ruimte en kunnen vaak amper bewegen. De dieren worden ook mishandeld. Bij varkens bijvoorbeeld worden zonder verdoving de oren en staartjes van de beestjes afgehakt omdat de dieren anders uit verveling elkaars lichaamsdelen af gaan bijten. Dit is gewoonweg gruwelijk. 


Aan het einde van hun korte leven gaan de dieren vaak duizenden kilometers op transport door heel Europa, zonder voedsel en water, daglicht, genoeg ruimte en genoeg frisse lucht, en vaak ook nog in de hitte óf juist in de kou. Veel dieren sterven daarom ook al tijdens het transport. Daarbij worden de dieren ook nog speciaal gefokt voor het vlees. Ze krijgen allerlei hormonen toegediend waardoor ze veel te snel groeien, net al Hennie de plofkip. Hierdoor lijden ze tijdens hun korte leven veel pijn. Ze worden totaal niet meer als levende wezens beschouwd.

De bio-industrie is niet alleen slecht voor de dieren zelf, maar ook voor het milieu en onze aarde. Jaarlijks verpest 69 miljard kilo mest de Nederlandse bodem, lucht en water. Dat is genoeg om jaarlijks anderhalf keer het Veluwemeer te vullen! Dat is ook niet zo gek met de 102 miljoen poepende dieren in Nederland. Dat is een ontzettend groot aantal voor zo'n betrekkelijk klein land. Het merendeel leeft dus voor de bio-industrie. Veel regenwoud wordt gekapt en verpest voor veevoer. We kunnen al dat voedsel veel beter inzetten. De bio-industrie is slechter voor het klimaat dan de gehele transportsector. De zeeën worden compleet leeggevist, waardoor het natuurlijke evenwicht verstoord wordt en soorten uitsterven. Hebben we dat er voor over?

Tenslotte is bio-industrie ook heel slecht voor de mens. Nu denk u misschien: mensen moet toch ook vlees eten, en de bio-industrie is wel de goedkoopste oplossing. Vlees eten is prima, maar vlees uit de bio-industrie kunt u beter eten want het is erg slecht voor u. Bio-industrie vlees is niet gezond. De dieren krijgen de meest ongezonde  rotzooi als voedsel te eten om te zorgen dat ze meer vlees, eieren of melk te laten produceren. De groeihormonen die Hennie de plofkip binnenkrijgt, krijgt u ook binnen als u een stukje plofkip eet. Dit kan nare gevolgen hebben. Bovendien krijgen dieren in de bio-industrie via hun voedsel veel te veel antibiotica binnen. Hierdoor ontstaan ziektes als de varkenspest, kippengriep en BSE en zijn veel dieren ziek. Dit heeft enorme ruimingen tot gevolg, om de ziektes tegen te gaan. Al die antibiotica krijgt u wederom ook binnen als u van plofkippenvlees eet. 


Al deze dieren moeten natuurlijk ook eten. En ze eten veel. Voor een kilo vlees is er vijf kilo plantaardig voedsel nodig. Het eten van dierlijke producten is daarom behoorlijk inefficiënt. Voor het verbouwen van al dat voedsel is er veel ruimte nodig en omdat wij die hier in Nederland niet hebben wordt het voedsel vaak in derde wereld landen verbouwd waar mensen zelf honger lijden. Kunnen we dat voedsel niet beter gebruiken? Doordat tegenwoordig zoveel vlees door middel van bio-industrie geproduceerd wordt, gaan veel kleine boeren failliet. Er ontstaat veel minder werkgelegenheid. Bovendien is het zo dat mensen in Nederland over het algemeen al veel te veel vlees eten, gemiddeld 45 kilo per persoon per jaar. Vlees eten is niet per definitie ongezond, maar doordat we er zoveel van eten krijgen we per jaar ruim 70% te veel dierlijk vet en 50% meer eiwitten dan dat we nodig hebben binnen. Als men in Nederland minder vlees zou eten is er ook minder kans op overlijden aan hart-en vaatziekten, kanker, overgewicht en diabetes. 

Kortom: de bio-industrie is gruwelijk, brengt niks goeds voort en moet dan ook compleet verdwijnen. Omdat dit een grote stap is zal het niet gemakkelijk zijn de bio-industrie te laten ophouden met bestaan. De bio-industrie moet in ieder geval niet meer gesteund worden. Nu denkt u misschien: wat kan ik alleen nu voor verschil maken? Maar als iedereen de kiloknallers vaarwel zegt helpen alle kleine beetjes uiteindelijk tot de afschaffing van de bio-industrie. Dus koop geen goedkoop vlees en kiloknallers in de supermarkt, het is afkomstig van dieren zoals Hennie de plofkip en draagt niets goeds bij aan deze wereld.






maandag 14 januari 2013

Bouwplan voor tekst over bio-industrie

Stelling:            Er moeten strengere regels komen die bio-industrie verbieden.

Arg 1.                 Bio-industrie is slecht voor de dieren zelf
           Arg 1.1    Dieren hebben te weinig ruimte.
           Arg 1.2    Dieren worden mishandeld.
                        Arg 1.2.1    Transport van dieren is te hardhandig.
                        Arg 1.2.2    Snavels e.d. worden afgehakt omdat dieren elkaar verwonden.
           Arg 1.3    Plofkip

Arg 2.                 Bio-industrie is slecht voor de mens
           Arg 2.1    Te veel antibiotica in de dieren
                        Arg 2.1.1     Er ontstaan ziektes.
           Arg 2.2     Er is minder werkgelegenheid.
           Arg 2.3     Voedsel komt uit arme landen.
           Arg 2.4     Mensen in Nederland eten al te veel vlees.
           

Arg 3.                 Bio-industrie is slecht voor het milieu 
          Arg 3.1     Mestoverschot